U bent hierHome / Onsympathiek

Onsympathiek


04 Maart 2016

Mijn tante lag laatst in het ziekenhuis voor iets dat ik u niet ga vertellen. Het is een aardige tante, die mij vroeger liet winnen bij Scrabble. Dan kan je geen slecht mens zijn. Mijn tante lag in een tweepersoonskamer. De muur tegenover haar was ruimschoots beplakt met allerhande kaarten, die behalve van slechte smaak ook zeer getuigden van sympathie voor mijn tante. Ze heeft vast meer mensen met spelletjes laten winnen. We kletsten wat over scherpe kattennagels en andere wereldproblematiek.

Haar kamergenote, die niet had gereageerd op mijn ookeengoeiemiddag, slofte op gegeven moment de kamer uit, haar infuuspaal met zich meevoerend. “Die krijgt nooit bezoek,” zei mijn tante. “Ze heeft vijf kinderen, maar die schijnen het allemaal te druk te hebben.” Op haar stuk muur hingen drie kaarten, allemaal met een bos bloemen erop. Dat zijn de ergste, vind ik. Mocht ik ooit zelf in een ziekenhuis komen te liggen, dan wil ik graag selfies, maar dan wel op papier afgedrukt.
Die kamergenote was dus blijkbaar niet sympathiek. Dan heb je een probleem. In het gewone leven kan je nog naar een café gaan waar andere onsympathieke mensen komen en dat schept dan toch een band. Maar in een ziekenhuis slaat een naar karakter genadeloos toe. De kamergenote van mijn tante vond het verplegend personeel erg onvriendelijk. Mijn tante zelf vond ze juist erg voorkomend. Sympathy is in the eye of the beholder.
Ik vind onsympathieke mensen vaak erg boeiend. Als je de lat niet al te hoog legt voor de medemens, kom je ze niet zo vaak tegen. Domme mensen kunnen heel irritant zijn, maar ze kunnen er niets aan doen, is de gangbare mening. Maar dat geldt natuurlijk ook voor onsympathieke mensen. Je kunt maar in heel beperkte mate iets aan je karakter veranderen. En als je dat al doet, dan is dat ook een onderdeel van datzelfde karakter. Het hebben van een sympathiek karakter is niets om trots op te zijn. Als ik moet verhuizen, zijn er altijd genoeg mensen om me te helpen, dus ze zullen me wel aardig vinden, maar ik heb niet het gevoel dat ik me vreselijk in bochten heb moeten wringen om zulks te bewerkstelligen. Ik doe gewoon wat ik denk dat normaal is en dan zijn er altijd wel een paar mensen die dat aangenaam vinden. Er zijn er natuurlijk een hele hoop die mij een verwerpelijk sujet zouden vinden als ze me zouden kennen, maar die kennen me gelukkig niet.
Het is mogelijk dat mijn tantes kamergenote inwendig zeer sympathiek is, maar dat ze de mogelijkheden niet heeft om sympathiek over te komen. Misschien zijn daar cursussen voor. Er zijn cursussen over effectief solliciteren. Dat is niets meer dan acteren dat je bekwaam bent en over sociale vaardigheden beschikt. De hoeveelheid banen blijft hetzelfde, dus uiteindelijk heeft alleen de cursusbedenker er voordeel bij, maar de hoeveelheid potentiële vrienden is in de praktijk oneindig. Hier ligt duidelijk een taak voor de overheid. De sympathieke mensen vinden altijd wel een paar mantelzorgers, maar de mensen met een naar karakter niet. Die drukken dus op het nationale zorgbudget. Als de overheid gaat investeren in het sympathiek maken van mensen die dat door wat voor omstandigheden dan ook niet zijn, kan er veel gewonnen worden. Er moet dus bij ziekenhuizen gemonitord worden op bezoek en kaarten. Dan kunnen de probleemgevallen snel geselecteerd worden. Misschien is ook genetische manipulatie een goed plan.
Omdat ik zelf zo ontzagwekkend sympathiek ben, krijgt de gemeenschap dit briljante idee geheel gratis.

 

‹ Mannen   3 van 35
Missen en erger ›