Vermoeide gedachten over kunst

Eloy BGM Everwijn

Ik loop al zo’n zestig jaar naar beeldende kunst te kijken. Dat is echt voornamelijk loopwerk. In museum of galerie loop je van het ene kunstproduct naar het andere. Het voordeel hiervan is dat je zelf kunt bepalen hoelang je een werk aandacht wilt schenken. Dat geslenter in zo’n kunsttempel vereist een speciale conditie. Mijn vader, mijn grote leidsman in mijn beginnersjaren, sprak van museumbenen. Klein stukje lopen, staan, weer een stukje lopen et cetera.

U

Eloy BGM Everwijn

Ik ben keurig opgevoed, dat wil zeggen dat ik met mes en vork moest eten en met twee woordjes moest spreken. Op een vraag volstond nooit een simpel ja of nee, maar het was ’ja, meneer’ en 'nee, mevrouw’. Je ouders en alle andere volwassenen sprak je aan met u. Ik had een oom die maar negen jaar ouder was dan ik en die ik met zijn voornaam aansprak. Dat was een zeldzaamheid; in mijn klas van de lagere school was een jongen die een oom had die jonger was dan hij en die hij met u moest aanspreken.

Taalbazen

Eloy BGM Everwijn

Een zeer goede vriend van mij - ik ken hem al haast zestig jaar - is net zoals ik een taalfreak. Dat is iemand die geen vaderland heeft, maar een moedertaal. Zonder die taal heeft hij geen reden van bestaan. Hij voelt zichzelf bewaker van die taal en accepteert niet de fouten die anderen maken. Als hij zelf onverhoopt een fout maakt, schaamt hij zich dood.
Mijn vriend, laten we hem Bob noemen, en ik zijn allebei schrijvers. We lezen elkaars stukjes altijd met genoegen. Maar laatst betrapte Bob mij op een fout. Ik schreef: ‘ik werd voorgelezen.’ Volgens hem moest het zijn: ‘mij werd voorgelezen.’ Daar had hij helemaal gelijk in, maar ik deed het expres.

Souzemangels

Eloy BGM Everwijn

Geachte lezer, kent u het woord souzemangel? Als u ja zegt, bent u mijn broer. Mijn vader bezigde dit woord als hij het had over slechte tanden. ‘Brr, die heeft een stel souzemangeltjes!’ Ik heb dat woord altijd beschouwd als iets dat niet tot het normale taaleigen van een Nederlander behoort, maar ook niet iets dat mijn vader zelf had bedacht. Ik kende ook rare woorden als attenooie, bijgoochem, leplazerus, vinketering, achenebbisj, jajem, geteisem en hoteldebotel. (Aquaduct kwam later.) Mijn Hagenese opa van moeders kant was behalve brillenslijper ook handelaar.

Roken

Eloy BGM Everwijn

Als je jarig was, mocht je trakteren op de lagere school. Natuurlijk je klasgenootjes, die meestal tover- of zuurballen kregen. Twee voor vijf cent, dus niet echt goedkoop. De vriendjes van dat moment kregen er twee, want verschil moet er zijn en we moeten tegen iedereen aardig zijn, maar sommigen zijn aardiger dan anderen en dat mag in een beloning uitgedrukt worden. Als je eigen klas was gefêteerd, dan mocht je de andere klassen langs om eventuele sympatiekelingen ook een bal te geven. De dienstdoende onderwijzers werden getrakteerd op sigaretten. Op een enkele uitzondering na, rookte iedereen.

Gerrit Krol

Eloy BGM Everwijn

“Een goed boek onderscheidt zich van een slecht boek doordat het op alle drie genoemde zaken: a) subjectiviteit, b) objectiviteit en c) stijl, als een camera op de poten van zijn statief, een eind boven het maaiveld staat. Als één van de drie poten ontbreekt, ligt het geheel tegen de vlakte. Het maakt dus voor een slecht boek eigenlijk niet meer uit wat er goed aan is. Als je een boek ‘slecht’ noemt, is het voor een diagnose van de oorzaak noodzakelijk om te weten welke van de drie poten hier schuldig aan is (zijn): het boek heeft geen stijl, het deelt niets mee, het heeft geen vitaliteit, enz.
Het is, voor een schrijver, de sport een boek te schrijven dat van dit soort diagnoses gevrijwaard is.” (Uit: De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels. 1981)

Rechtvaardigheid

Eloy BGM Everwijn

Iemand heeft eens beweerd dat gezond verstand het meest voorkomende artikel ter wereld is, want iedereen meent er voldoende van te hebben. Er zullen ook niet veel mensen zijn die zeggen dat ze geen gevoel voor humor hebben. En zouden er mensen zijn die zeggen dat ze niet aan rechtvaardigheid doen? Wellicht een doorgewinterde sociopaat met zelfinzicht.

Tranen van geluk

Eloy BGM Everwijn

Nelleke Noordervliet vertelde een tijdje geleden bij Zomergasten dat ze iets ontroerends wilde laten horen. Volgens haar prachtig gezongen door Jessye Norman. Bij de eerste akkoorden wist ik het al: ‘When I am laid in Earth’, voor mij de mooiste aria aller tijden. Henry Purcell componeerde eind zeventiende eeuw de kameropera ‘Dido and Aeneas’ voor een kostschool voor nette meisjes. Op Aeneas na werden alle rollen door de leerlingen gezongen. Een gelegenheidswerk dus, hetgeen de componist er niet van niet weerhield om er iets prachtigs van te maken.

Missen en erger

Ik ben nooit zo’n meisjes-meisje geweest. Ik speelde niet met Barbies, maar met de oude Schuco van mijn vader. Dat is een soort spoortreintjes-idee maar dan met opwindautootjes met een horlogeveer. Die kon je met een flexibele draad de hele kamer doorsturen via een vernuftig geleidewieltje. Dat scheen niet erg meisjesachtig te zijn, hoewel er op de doos een meisje stond met een stopbord in haar hand. Ik kan me als ik wil heel erg optutten, maar dat doe ik sporadisch want het levert zelden iets op.

Gereedschap

Eloy BGM Everwijn

Ik heb niets tegen nadenken. Dat kan in je eentje, op de wc bijvoorbeeld of met een andere persoon, liefst met een alcoholhoudende versnapering. De onderwerpen op zich doen er niet toe. Dat kan bijvoorbeeld zijn waarom we altijd naar dezelfde kant van de maan kijken of waarom zoute drop alleen in Nederland gewaardeerd wordt. Het is volstrekt niet nodig om dan naar de maan te kijken of zoute drop te eten. Je kunt alleen met woorden een hoop oplossen. Het heeft iets moois, dat tweedenken en het kost, op de drank na, geen fluit.

Na het einde

De VPRO doet het niet meer. In Nederland is er niemand meer die het doet. Als de film op de tv is afgelopen, krijgen we nog een stukje van de aftiteling, als we geluk hebben, en daarna stopt het. Als ik een slechte film in de bioscoop zie, wil ik direct weglopen na het laatste shot. Als de film naar genoegen is geweest, blijf ik zitten, zeker als de muziek adequaat is.
Je hebt bijvoorbeeld een mooie aftiteling met een mooie eindsong en dan blijven we even wachten. En het gekke is: als de belangrijkste mensen afgetiteld zijn, krijgen we een nieuw stukje muziek en dan gaat het nog een eind door, soms wel vijf minuten, maar misschien is dat alleen
maar een idee en duurt het in feite maar drie minuten.

Herdenken

Eloy BGM Everwijn

Ik ben van 1949. Dat is van na de oorlog, maar ik heb nog een bonkaart op mijn naam waardoor mijn moeder toentertijd een extra portie melk kon krijgen, dus ik heb enige officiële verbintenis met de periode. Regelmatig kwam bij ons thuis de oorlog ter sprake, maar dat was nooit in een tragische sfeer, eerder spannend. Zo vertelde mijn vader graag dat hij tijdens een razzia om jonge kerels op te pakken om in Duitsland te werk te stellen, zich verstopt had in het verwulfsel van de kerk, zeg maar de zolder. Ik geloof dat hij zich daardoor een beetje een oorlogsheld voelde.

Hofetiquette

Marco de Bouvrie

Nu u misschien binnenkort wordt uitgenodigd op een feestje bij de nieuwe vorst, is het handig om te weten wat de etiquette aan het hof is. Als u binnenkomt, geeft u uw jas af bij de garderobe. Die is gratis en u krijgt geen nummertje. Als u slecht ter been bent, is het toegestaan uw stok of rollator mee te nemen naar de ontvangstruimte, maar niet uw paraplu. Dames mogen hun hoed ophouden, maar liever niet, zeker niet als hij druipt van de regen. Joodse mannen mogen ook hun hoed ophouden, evenals Sikhs hun tulband of anderszins als uw geloof het voorschrijft. Als uw geloof niets voorschrijft dan dient u als man blootshoofds te zijn.

Noities over emoties

Eloy BGM Everwijn

Ik denk dat het begonnen is in de jaren zeventig. Voor het eerst werd er op de televisie aan iemand gevraagd: ‘Wat ging er door je heen?’ Ik geloof dat het ging om een voetballer die een beslissend doelpunt had gemaakt. Hij antwoordde zoiets als dat hij de bal zag en het doel en toen dacht: ik schiet hem erin. Toen was dat een originele manier om iemand te interviewen, vragen naar iemands emoties. Helaas is het nu cliché geworden. Als ik DWDD+emoties intik krijg ik 187 duizend resultaten. Zelfs als het gaat om wetenschap, zal Matthijs nog vragen: ‘Wat voelde je?’ En iedereen probeert daar gehoorzaam antwoord op te geven, zelfs Robbert Dijkgraaf. Alleen bij Maarten van Rossem lukt het niet.

Stadsdichter

Eloy BGM Everwijn

Mijn beroepsambities hebben zich sinds mijn jeugd in een dalende lijn bewogen. Ik begon met het ambt van Paus. Ik was toen vier. Het leek me wel wat dat als je op de radio iets zei de mensen thuis gingen knielen. Tenminste, mijn moeder deed dat als de Paus de zegen Urbi et Orbi (voor de stad en voor de wereld) uitsprak. Et benedictio Dei omnipotentis: Patris et Filii et Spritus Sancti descendat super vos et maneat semper. Dat werd half gezongen en daarna kwam er een wereldwijd dito ‘Amen’ als antwoord. Van te voren had de Paus een toespraak gehouden in het Italiaans waarin hij vertelde dat hij erg voor vrede was of tegen niet-functionele seks. Dat je zo’n invloed op mensen kon hebben, dat leek mij wel wat.