Mijn vader was een grappenmaker. Tegenwoordig zijn vaders opvoeders, begeleiders en stimulators van hun kinderen. Vroeger was dat anders. Toen deden moeders de opvoeding in hun eentje. Wanneer vaders thuiskwamen van hun werk, wensten ze niet gestoord te worden door een over de kinderen klagende moeder.
Search results for: Dood
Alle zoekresultaten voor de term "Dood" op een rij.
Applaus!
Soms hebben we onze jassen al bij de garderobe afgehaald, terwijl het applaus in de grote zaal nog doordendert. Dat is een raar ding, dat applaus. Als de situatie een op een is, dus 1 pianist op het podium en 1 mens in de zaal, dan is die laatste met een paar seconden al snel uitgeklapt, hoe mooi er ook gespeeld wordt.
Buck
Op 17 januari 1960 kwam Buck in ons leven. Hij kwijlde, sprak geen Nederlands en was twee jaar en duidelijk verwaarloosd. Buck was een boxer. Mijn moeder en vader hielden wel van beesten en toen mijn zevenjarig broertje eens de wens uitsprak dat hij graag een hondje wilde, leek het hun een goed idee om ons toen nog redelijk gelukkig gezin uit te breiden met een inwonende viervoeter.
Het scheermes
Hoewel ik vroeger hoogbegaafd was, begrijp ik vrij weinig. Ik begrijp niets van politici, economen en managers. Ik sprak laatst met een man van wie ik dacht dat hij iets kon doen voor de muziekgroep waar ik in speel. Ik vroeg hem daaromtrent en ik begreep niets van zijn antwoorden. Hij gebruikte veel woorden. Op zeker moment kreeg ik een vermoeden en ik vroeg hem of hij misschien in het management zat. Hij antwoordde bevestigend. Ik zei dat ik nu begreep waarom ik hem niet begreep.
Moeder
Normaliter kan ik mij weinig herinneren van een gesprek, behalve dat het aangenaam was, saai of inspirerend. Of dat het ging over zijn hekel aan sport of mijn hekel aan reizen. De diepere inhoud is mij meestal niet bijgebleven. Dat ligt niet aan de ander, dat ligt aan mij. Trivia, banaliteiten en voorwerpen, die blijven wel hangen. Ik ben goed in quizzen. Men zou mij oppervlakkig kunnen noemen en die mensen zal ik niet tegenspreken. Ik ken bijvoorbeeld een redelijk aantal dode mensen en die spelen niet zo’n grote rol in mijn huidige leven. Ik leef bij de dag en dat wil ik graag zo houden.
Straatvechter
Mijn vader was een straatvechter. Ik heb daar nooit een bewijs van gezien, en ik ken zelfs niemand die daar een blijk van gezien heeft, maar hij heeft het meer dan eens geponeerd. Tsjonge, dachten zijn kinderen, wij hoeven niet bang te zijn voor boze mannen, want wij hebben een straatvechter thuis. En misschien was hij in zijn jonge jaren een echte straatvechter geweest, want wij wisten wel dat hij erg driftig kon zijn.
Gebeiteld
Het grote nadeel van het leven is dat je er aan doodgaat. Voor de rest kan het meevallen als je geluk hebt en met deze genade meewerkt. Nederlanders hebben desgevraagd veel geluk. Dat is mooi. Maar waarom zijn onze begraafplaatsen dan zulke ongelukkige oorden? Toegegeven, de cipressen staan er goed verzorgd bij en de paden zijn deskundig aangeharkt. Maar waarom worden al die gelukkige levens tekstueel zo ongelukkig herdacht? Waarom zijn er zo weinig mooie zinnen om het mooie leven te herdenken?
Het Hele Eiereten
Vergeleken met Kerstmis was Pasen vroeger maar een mager kerkelijk feest. De lijdensweek ervoor was spannender. Eerst Palmpasen, waarbij de welpen en de verkenners (voor de jongeren onder de lezers: de katholieke scouts) in optocht liepen met palmpaasstokken. Dat waren een soort kruisen met in de top een broodje in de vorm van een haantje. Dat haantje was in dit geval niet het symbool van de duivel, maar van de vruchtbaarheid, want Pasen is van oorsprong een lentefeest.